maandag – 09/03/26
I. Kampvuur & Spraakwater
Over de aantrekkingskracht en alomtegenwoordigheid van verhalen.
De zwaartekracht van verhalen
Deze eerste sessie ging over wat verhalen feitelijk zijn en wat ze voor je kunnen doen. Als ik ‘verhaal’ zeg denk je waarschijnlijk aan boeken, films, series, Instagram stories, sprookjes, kampvuren, oermensen die dieren tekenen op grotwanden, enz. Puur vermaak. Zelfs Literatuur met met de grote L en Kunst met de grote K worden al te vaak bekeken als ‘amusement voor meerwaardezoekers’. Maar verhalen zijn zoveel gevaarlijker dan dat. In mijn ogen doen ze niets minder dan … je hele realiteit bepalen.
Neem nu parabels uit religieuze of ideologische teksten … die beïnvloeden al eeuwen wat miljoenen (zo niet miljarden) mensen op Aarde geloven, en hoe ze naar de wereld rondom hen kijken. “En voor wat de mens niet kon verklaren creëerde hij goden” leerde ik ooit nog op school. Mythen, sagen en sprookjes bevatten stiekem instructies voor het leven zelf. “Hoogmoed komt voor de val.” “Ga niet mee met wildvreemden.” “Bovenal bemin uw god.” Auteurs aller landen creëren ‘leugens’ die soms echter voelen dan de ongrijpbare werkelijkheid. Zo begeesteren ze hun publiek en daarmee vormen hun werken een bedreiging voor veel bestaande narratieven. Zelfs Plato (zelf de leerling van Socrates die met z’n eigen leven betaalde voor voor zíjn waarheid) verbande de kunstenaar uit z’n ideale stad. En hij niet alleen … Alle regimes (inclusief het onze) zetten boeken, films, games of andere kunstwerken op een zwarte lijst omdat ze die ontwrichtend inschatten. Er bestaan hele woorden en onderwerpen die je niet mag benoemen op je ‘eigen’ sociale media. Anders word je demonetized, verbannen; zelfs verwijderd. Doorheen de geschiedenis vind je meerdere groepen die publiek boeken verbranden om zo ideeën en narratieven te laten verdwijnen. Verhalen kunnen je je vrijheid en je leven kosten. Navalny, Khashoggi, Snowden, Socrates, … om er echt maar en paar te noemen. Regelmatig worden er mensen ter dood veroordeeld voor het verspreiden/bevragen van verhalen.
En met reden. Verhalen zijn absoluut niet onschuldig. Kijk wat Mein Kampf zelfs vandaag nog teweegbrengt. Of wat zelfmoordterroristen, guerrillastrijders en kamikazepiloten geloven over hun vijanden — en de beloning die hen straks wacht als zij martelaar worden in hun heilige oorlog. Ik zag in mijn tienerjaren een debat op TV tussen Filip De Winter en Fouad Belkacem die doodleuk verkondigde dat we hier in Vlaanderen de democratie moeten opzijschuiven en een Kalifaat moeten installeren in de naam van zijn ene, ware God: Allah (dat was vóórdat men hem veroordeelde als ronselaar van ‘strijders’ voor de oorlog in Syrië). Of hoe een filosofische analyse over macht en rechtvaardigheid in tijden van industrialisatie aanleiding gaf voor de Sovjetrepubliek, het China van Mao, het Cuba van Castro. Maar ook de vakbonden in onze streken, het fascisme als tegenbeweging, en zelfs hoe het kapitalistische Westen zichzelf definieerde met hun Red Scare die allemaal vandaag nog bestaan. Of recenter: hoe de tweets van een oranjekleurige man zonder humor of sportiviteit de bestorming van het Capitool aanmoedigden. Ook de Belgische revolutie begon — aldus de verhalen — met slechts één toneelstuk.
Da’s niet zo verwonderlijk natuurlijk; de meeste dingen in de wereld kan je als fictie beschouwen. En ficties kan je veranderen. Democratie, mensenrechten, de NAVO, volkeren, koningshuizen, landsgrenzen, belastingen, de RSZ, wiskunde, de relativiteitstheorie, vrijheid, deugd, …. Allemaal ooit ontsproten uit de verbeelding van mensen. Zelfs bijvoorbeeld geld is een fictie, uitgevonden om ruilhandel de vereenvoudigen. En ze kan maar werken omdat wij allemaal geloven dat die briefjes, munten of cijfertjes op je bankrekening waarde hebben. Scholen hebben als taak jou de dominante ficties van jouw maatschappij aan te leren; om je brein zo te programmeren dat je ongevaarlijk blijft en productief wordt voor de staat. Je ‘juist te leren denken’. Geschiedenis, bijvoorbeeld, geeft je een identiteitsgevoel en vertelt de verhalen die jij als je (gemeenschappelijk) verleden beschouwt. Historici beroepen zich hiervoor op bronnen, liefst geschreven (door auteurs, filosofen, aristocraten en journalisten.) Met andere woorden: verhalen. Journalisten kiezen voortdurend de juiste woorden om te bepalen hoe wij naar gebeurtenissen rondom ons kijken. Hun redacteurs selecteren welke ideeën veel aandacht krijgen en welke niet. Commerciële agenda’s vertellen hun eigen verhalen in de vorm van PR, marketing, lobbying en reclame. Zelfs de schijnbaar oh zo objectieve wetenschap vertelt verhalen — en we weten allemaal hoeveel invloed zij hebben. Trouwens … wij mensen weten veel minder dan musea en schoolboeken doen uitschijnen. Wetenschap is in de praktijk eerder veronderstellen, geloven, de ring van je beroemde voorgangers kussen en hopelijk een nieuwe waarneming doen. Moeilijk, want elke wetenschapper heeft natuurlijk ook vooringenomenheden die bepalen wat die wel en niet ziet. En zelfs áls zo’n wetenschapper dan toch iets nieuws ontdekt zal die altijd weerstand ondervinden van voorgangers die een ander verhaal geloven.
Tot slot, ook jij vertelt verhalen. Aan jezelf en anderen. Alles wat rondom jou gebeurt registreer je in de vorm van oorzakelijke verbanden. En hoewel je emoties bijna al je gedrag bepalen, contextualiseer je die zelfs! Diep vanbinnen ben je nog altijd dat gevallen babytje dat twijfelt of het moet huilen of schateren. Zelfs wat jij als individu in het leven kan bereiken hangt voor een groot deel af van de verhalen die jij jezelf vertelt. Je vertelt ook verhalen aan andere mensen. Als je hen van iets wilt overtuigen zal je de gebeurtenissen nét zo kleuren dat je er zelf je voordeel uit haalt. Die manipulatie verloopt volledig natuurlijk. Je kan niet
De relativiteit van verhalen
We begonnen de workshop, niet toevallig, met een specifiek sprookje: de Nieuwe Kleren Van de Keizer, herverteld en op rijm gezet door Roald Dahl. Het is een sprookje over geloof en perceptie. De tirannieke keizer gelooft zo sterk in zijn eigen superioriteit en zijn vermogen om ‘alles’ te kopen dat hij zich letterlijk in zijn blootje laat zetten. Op de één of andere manier zijn we allemaal keizers die hun eigen waarheid blind geloven, oordelen vellen nog voordat we alle feiten kennen, de hele wereld vanuit onszelf ervaren en om de tuin geleid worden door de eenvoudigste illusies. Maar hoe komt dat eigenlijk? Waarom is een tijger oranje? En waarom is die vraag zelfs relevant in deze cursus over verhalen? En wat betekenen de antwoorden voor de rest van ons leven? Wel, zet je 3D brilletje op, slik wat truth pills en ga met mij mee naar het jaar 1999, toen The Matrix in alle cinemazalen speelde.
“Jouw hele realiteit is een simulatie, jij bent een slaaf die door het leven slaapwandelt, machines domineren de wereld, en onder dat alles draait er een code waarmee uitverkorenen de realiteit kunnen herschrijven.” Dat was zo’n beetje het sentiment. Toen nog pure (science) ficti(e)(on), vandaag nemen we de meeste van die stellingen aan als waar.
Je realiteit als simulatie
Of de emoties die je meent te voelen. En z
Maar mijn ene Dahl is natuurlijk jouw andere Dostoevsky niet. Wat is het verschil tussen een label op een pot choco en een echt verhaal?
Hoe maak je van een pot choco een verhaal dat de wereld verandert?
Als we verhalen wat dieper bekijken vinden we 4 lagen waarin we kunnen connecteren met ons publiek.
Ten minste, ik zie ze. En jij aan het einde van de workshop misschien ook. In de komende sessies bouwen we er verder op voort.
0. Orde in de chaos
Dit argument hoor je al eens vaker aan het begin van schrijf- en verhaalcursussen. De wereld buiten is chaotisch. Onze breinen hebben nood aan orde. Dus het verhaal biedt structuur. Juist natuurlijk. Maar is een boodschappenlijstje voor in de supermarkt dan niet gestructureerd? Veel proza valt daar niet te rapen. En wat vertelt het ons over verhalen maken? Hoe help het ons om orde in ons schrijfproces te vinden?
Zorg dat je publiek denkt dat het invloed uitoefent op je plot.
We zijn allemaal magische denkers die voortdurend voorspellen en veronderstellen op basis van patronen die ons herinneren aan iets wat we ooit eerder zagen. We hebben ook allemaal een voorkeur voor wat we al kennen (puur evolutionair gezien alleen nog maar omdat we het kunnen navertellen, en het ons dus niet gedood heeft) en hebben maar een kleine impuls van buitenaf nodig om ons brein te laten oplichten. Jouw taak als verteller: laat die lampen branden! Suggereer dingen. Geef de illusie van voorspelbaarheid en dan als je publiek nét denkt je door te hebben: speel met verwachtingen! Bijna alle regels rond verhaalstructuur hebben te maken met voorspelbaarheid. Neem nu de regel van 3 delen: inleiding, midden, slot. Wederom, puur evolutionair gezien is dat de eenvoudigste vorm die een verhaal kan aannemen. Want stel je iets eenmaal vast dan is het een gebeurtenis, zie je het een tweede keer terugkeren wordt het een patroon, en een derde keer denk je ‘ik heb je!’. Veel intelligente dieren, van mensen tot zeekrokodillen kunnen zo patronen herkennen. Niet toevallig volgen dus ook goocheltrucs en verhalen dit principe. Als je het goed beheerst kan je de aandacht en gedachten van je publiek sturen. Of je verleidt hen toch minstens tot actief luisteren/lezen/enz.
Laat heel het universum draaien rond je publiek, en wat zij voelen.
Wil je echt een verbinding tot stand brengen met je publiek, speel dan in op hun gevoelens. Schotel hen mensen voor die ze kunnen voorspellen, en nog beter: waarin ze zichzelf projecteren. Neem hen mee op avontuur in werelden en situaties die ze nog nooit hebben gezien. Alles is goed zolang je ‘t maar volledig rond de beleving van je publiek bouwt. Want dat publiek is véél narcistischer dan je denkt. Onder ons oppervlakkig gesocialiseerd laagje fatsoen, zijn we allemaal diep egocentrische wezens. Niet omdat we daarvoor kiezen, maar gewoon automatisch. Het is onze natuur. Waarom is een tijger oranje, denk je? Wel, men vermoedt (want hoe kun je zoiets écht wéten?) dat het te maken heeft met de onzichtbaarheid van oranje voor hun prooidieren (die andere kegeltjes en staafjes in hun ogen hebben dan wij, waardoor) die de oranje kleur niet kunnen onderscheiden van de groene omgeving. Dat geeft de tijger een serieus voordeel om prooien te besluipen. De hele wereld van die prooidieren bevat dus geen tinten rood en oranje En net zoals zij niet kunnen zien wat jij ziet is het heel goed mogelijk dat jij ook niet alles ziet. Meer zelfs: de meeste van je emoties sturen je ideeën. En die zijn vaak reflexen waarvan we ons niet eens bewust zijn. Enkele technieken om aan mensen hun hartpezen te trekken is personages hun hoop en dromen delen. Als we weten waar iemand heen wil kunnen we immers beter voorspellen. Of toon gebreken in hun karakter, die hen het leven zuur maken. Beter nog: voorzie een verschil tussen wat ze willen en wat ze (volgens je publiek) nodig hebben. Stel hen voor moeilijke keuzes. Dan kan het publiek denken “wat zou ik doen in zo’n situatie?”. En zo leven ze mee. In geschreven vorm kan je ook inkijk geven in de innerlijke wereld van je personages. Maar vergeet niet: je publiek wil voorspellen en zelf concluderen. Dus maak het niet te letterlijk.
Geef je publiek de TLDR achteraf. Niemand onthoudt graag een hoop details.
Goeie verhalen blijven je bij. Ze laten je de wereld iets anders bekijken. Dat is geen toeval. De sluwe bedenker van het verhaal heeft er een hele boodschap in het verstopt. Die boodschap noemen we een moraal. Niet alle vormen van storytelling gaan zo diep trouwens. Neem nu bijvoorbeeld een aflevering van Love Island. Wat is daar de boodschap? Neen, da’s puur het plezier van voorspellen, wat escapisme en lachen met de kandidaten terwijl je ondertussen herkenbare situaties op je exen projecteert. En ook veel TikTok-content haalt wellicht de lat niet.