Hoe verzin je de perfecte schurk? De beste sidekick? Tot de verbeelding sprekende locaties? McGuffins die niet gewoon aanvoelen als saaie fetch quests (je kent het wel, de herbergier in je RPG die je om elfenkruid stuurt voordat die je beloont met een zwaard dat orcs nog nét iets efficiënter in mootjes hakt “+1 damage!”). Hoe geef je je hoofdrol een tweelingbroer of zus die niet gewoon een kopie is? En, is dit nu het geschikte verhaal om eindelijk dat piratenschip eens in te laten verschijnen?
Een wereld bouwen plus bevolken is véél werk. En ontzettend plezant; maar het kan je ook stress bezorgen. Vooral als die verrekte verwachtingen weer hun lelijke kop komen opsteken.
Op zo’n momenten is het een goed idee om eens een stapje achteruit te nemen tot nét achter de camera, of voorbij de ‘bounds van je map’ in videogameland. Álles in je verhaal is feitelijk maar decor. Tweedimensionaal, gemaakt voor één doel, de illusie versterken. Er is slechts één ‘echte’ speler, in de vorm van je publiek, de rest zijn npc’s. In de Bijbel schiep God Eva uit de rib van Adam (hoe seksistisch dat vandaag ook klinkt, we kunnen er wel iets uit leren voor onze verhalen.) Al je personages, locaties, rekwisieten enz. zijn eigenlijk vervormde reflecties van je hoofdrol. Dat betekent dus ook dat als Eva je hoofdrolspeler is, Adam uit háár rib gemaakt wordt.
Die vervormingen kan je op twee verschillende manieren doen. Je neemt één aspect van je hoofdrol: een sterkte, zwakte, verlangen, onvolledigheid, … en ofwel herhaal je die kwaliteit, of wel doe je het compleet omgekeerde. Bijvoorbeeld: je hoofdrolspeler is bang voor spinnen. Dan kan je een bv. een locatie verzinnen die daarbij aansluit -> een spinnenvrije bunker, de drogist waar die spinverdelgingsmiddelen gaat kopen, de praatgroep voor mensen met spinnen-angst, enz. Of, je kan het omgekeerde doen -> het verblijf van de grootste spin ter wereld in een zoo, een toverbos vol spinnen, een spinnenweb in de speeltuin, een suikerspinkraam, een spinning-les op de fitness, enz. Je connecties kunnen letterlijk zijn, maar ook figuurlijk, fonetisch, vormelijk, enz. Je kan ook spelen met intensiteit. Bijvoorbeeld Fred is héél bang voor spinnen, maar z’n vriendje Jason (die álles weet over spinnen) is alleen maar bang van de giftige soorten (die hij natuurlijk meteen herkent). Zo heb je twee angsthazen die elkaar versterken maar toch zijn ze geen complete kopie. Hetzelfde kan je met je tegengestelden doen. Misschien krijgt Fred op een dag een heel lief klein spinnetje als huisdier van z’n ouders. Maar het spinnetje was ontvoerd door gemene spinnenhandelaars (en z’n véél grotere, harigere en engere ouders zijn nu op zoek naar hem).
Álles wat je introduceert in je verhaal heeft op de één of andere manier te maken met je held en centrale kwestie. Als je dat onthoudt heb je altijd inspiratie en focus. En de relatie kan ofwel een herhaling (harmonie) zijn, of wel het compleet omgekeerde (contrast).
Wat zijn de belangrijkste relaties van je hoofdrol met anderen in dit verhaal?
Zoek omgevingen en locaties die belangrijk zijn voor je verhaal.
Onderzoek bij elke relatie of ze je hoofdrol harmoniseren of net contrasteren.